"Ik heb je in een koffer gestopt."
"Mooi is dat."
"Hij staat in mijn werkkamer. Oud. Bebutst. Bekrast. Ik vond hem onder aan je trap."
"Ha! Dat past me. Oud. Bebutst. Bekrast. En onder aan een trap gevonden."
"Niet grappig."
"Ah, joh. Inmiddels wel, toch? En ik heb nu één voordeel. Ik krijg geen rimpels meer. Heb je mijn crèmetjes nog bewaard?"
"Ik gebruik ze niet. Ik kan je nog niet over mijn gezicht smeren."
"Moet je wel doen. Zonde om weg te gooien."
"Maar jij zit dus in deze koffertje. Je Bijbel, pöeziealbums, een rare pasfoto, briefjes. Overal in je huis vond ik met potlood beschreven papiertjes. Hele en halve gedachtes. Ik heb ze bij elkaar geveegt. Dat is wat ervan ons overblijft, een koffertje. O, en de volgekriebelde schriften die je twee jaar geleden bij me door de bus deed."
"Die hoefde je toch niet te bewaren? Het ging heel slecht toen."
[gravityform id="42" title="true" description="false"]